Er zijn van die soepen die je één keer maakt en daarna steeds opnieuw. Deze linzensoep in Ottolenghi stijl is er zo eentje. Hij is zacht en vullend door de rode linzen, maar smaakt tegelijk fris door citroen en kruidig door komijn en koriander. Het resultaat is comfort food met een beetje spanning, precies waar je op hoopt als je zin hebt in iets warms dat niet saai wordt.
Nog een voordeel: je hebt geen ingewikkelde technieken nodig. Een snijplank, een soeppan en een half uurtje aandacht brengen je al heel ver. En als je graag vooruit kookt, zit je helemaal goed, want deze soep wordt de volgende dag vaak nog lekkerder.
Waarom deze linzensoep zo goed werkt
Wat Ottolenghi recepten zo aantrekkelijk maakt, is de balans. Niet één dominante smaak, maar laagjes die elkaar afwisselen. Bij linzensoep betekent dat meestal iets warms van specerijen, iets fris van citrus en iets romigs of krokants bovenop.
Rode linzen helpen daarbij, omdat ze tijdens het koken uit elkaar vallen. Je krijgt vanzelf een fluweelzachte structuur zonder blender. Met een blik tomaten geef je body en een klein zuurtje, en met een goede olijfolie aan het einde krijgt de soep die volle, ronde smaak die alles bij elkaar trekt.
Daar komt nog bij dat linzen betaalbaar zijn, lang houdbaar en goed vullen. Dit is dus zo’n recept dat je op een doordeweekse avond makkelijk uit de kast trekt, ook als je koelkast niet uitpuilt.
Ingrediënten voor linzensoep in Ottolenghi stijl
Onderstaande hoeveelheden zijn genoeg voor 4 tot 6 kommen, afhankelijk van hoe royaal je opschept.
Voor de soep
250 g rode linzen, afgespoeld
1 grote ui, fijngesnipperd
2 wortels, in kleine blokjes
2 stengels bleekselderij, fijngesneden
3 teentjes knoflook, fijngehakt
2 tl komijnpoeder
1 tl korianderpoeder
0,5 tl gerookt paprikapoeder
1 blik tomatenblokjes van 400 g
1,2 liter groentebouillon
2 el olijfolie
zout en peper
Afmaken
1 citroen, rasp en sap
een flinke hand koriander of peterselie, grof gehakt
3 el extra vierge olijfolie
Toppings die het extra lekker maken
yoghurt of kokosyoghurt
chilivlokken of harissa
gebakken uitjes of krokante kikkererwten
Zo maak je de linzensoep stap voor stap
Zet een grote soeppan op middelhoog vuur en verwarm de olijfolie. Voeg ui, wortel en bleekselderij toe en bak dit rustig 8 tot 10 minuten. Het hoeft niet te kleuren, maar het mag wel zacht worden. Juist dat rustige fruiten maakt straks het verschil.
Voeg daarna de knoflook toe, samen met komijn, koriander en gerookt paprikapoeder. Bak ongeveer een minuut mee, tot je de specerijen goed ruikt. Blijf roeren, want knoflook en kruiden verbranden sneller dan je denkt.
Doe de tomatenblokjes in de pan en roer alles los. Voeg dan de rode linzen en de bouillon toe. Breng de soep aan de kook en zet het vuur daarna laag. Laat 18 tot 22 minuten zachtjes pruttelen. Roer af en toe, vooral richting het einde, omdat de linzen de bodem wat dikker kunnen maken.
Zet het vuur uit. Rasp de citroen boven de pan en knijp er daarna sap bij. Begin liever met de helft en proef, want de ene citroen is de andere niet. Breng op smaak met zout en peper.
Schep de soep in kommen, schenk er een klein scheutje extra vierge olijfolie over en strooi er ruim verse kruiden op. Serveer met yoghurt, chili of iets krokants als je die typische contrasten wilt.
Kleine details die de smaak echt verbeteren
Een goede linzensoep staat of valt met timing. Citroen is daar het beste voorbeeld van. Kook je citroensap mee, dan verdwijnt een groot deel van de frisse smaak. Voeg het dus pas op het einde toe, wanneer het vuur uit is. Hetzelfde geldt voor de verse kruiden: die blijven het mooist als ze pas in de kom op de soep gaan.
Ook de olijfolie is meer dan alleen bakvet. Met een extra scheutje goede extra vierge olijfolie vlak voor het serveren krijg je een zachtere, rijkere smaak. Dat lijkt een detail, maar het maakt de soep afgerond.
Tot slot: toppings. De soep zelf is romig en zacht. Iets krokants of iets fris erbovenop geeft spanning. Denk aan gebakken uitjes, geroosterde kikkererwten, een lepel yoghurt of een beetje harissa.
Variaties die passen bij deze linzensoep
Deze basis is stevig genoeg om mee te spelen, zonder dat je de balans kwijtraakt.
Meer pit
Roer aan het einde een lepel harissa door de pan, of serveer met chilivlokken en een dot yoghurt. Pittig en romig samen is hier echt een gouden combinatie.
Extra groenten
Courgette, paprika en zoete aardappel doen het goed. Stevige groenten gaan tegelijk met wortel en bleekselderij de pan in. Zachte groenten kunnen later, zodat ze niet helemaal uit elkaar koken.
Romiger met kokos
Vervang ongeveer 200 ml bouillon door kokosmelk. De soep wordt dan wat zachter en licht zoetig, erg lekker met extra limoen of citroen en koriander.
Meer bite
Gebruik groene of bruine linzen in plaats van rode. Houd dan rekening met een langere kooktijd, meestal 35 tot 45 minuten. Je krijgt een grovere soep met meer structuur.
Veelgestelde vragen over linzensoep in Ottolenghi stijl
Hoe lang kun je linzensoep bewaren?
In de koelkast blijft de soep 3 tot 4 dagen goed in een afgesloten bak. De soep dikt vaak in, zeker door de linzen. Voeg bij het opwarmen gewoon wat water of bouillon toe tot je weer de juiste dikte hebt.
Kun je linzensoep invriezen?
Dat gaat prima. Laat de soep volledig afkoelen en vries in porties in. In de vriezer blijft hij ongeveer 3 maanden lekker. Ontdooien kan in de koelkast of direct in een pan op laag vuur.
Is deze linzensoep geschikt als meal prep?
Ja, juist. De smaken trekken in en worden meestal nog beter. Bewaar toppings zoals kruiden, yoghurt en krokante elementen apart, dan blijft alles vers en knapperig.
Welke linzen zijn het beste voor dit recept?
Rode linzen zijn het makkelijkst als je een romige soep wilt zonder blender. Ze vallen uiteen en geven vanzelf binding. Groene en bruine linzen blijven heel en geven meer bite, maar hebben meer tijd nodig.
Wat eet je bij linzensoep?
Deze soep kan prima op zichzelf, maar met iets erbij voelt het echt als een complete maaltijd. Warm platbrood of pita is ideaal om te dippen. Een simpele komkommersalade met citroen en zout werkt er fris naast. Ook geroosterde groenten uit de oven passen goed, zeker als je toch al zin hebt om iets extra’s op tafel te zetten.
Maak je een grote pan, bewaar dan vooral een portie voor morgen. Met een lepel yoghurt, wat citroenrasp en een beetje olijfolie bovenop smaakt hij de volgende dag vaak nóg beter.