Besengek recept

Soms heb je zin om iets te bakken dat weinig moeite kost, maar wél zo’n geur door het huis jaagt waar iedereen vanzelf op afkomt. Besengek hoort in die categorie. Het is zacht en een beetje koekachtig tegelijk, met bessen die tijdens het bakken openspringen en voor kleine, frisse smaakbommetjes zorgen. Ideaal bij koffie of thee, fijn om mee te geven naar school, en ook gewoon lekker als je een stuk “voor later” snijdt dat stiekem toch eerder opgaat.

Hieronder vind je een besengek recept dat betrouwbaar uit de oven komt, met tips om het nog lekkerder te maken, variaties die je makkelijk kunt toepassen en antwoorden op vragen die vaak opduiken tijdens het bakken.

Wat is besengek precies?

Besengek is een eenvoudige bakplaat of vormcake met bessen, ergens tussen cake en koek in. Het kruim is luchtig, maar stevig genoeg om in nette stukken te snijden. De randjes worden vaak net iets krokanter, terwijl de binnenkant zacht blijft. Door de bessen krijgt het geheel een frisse tegenhanger voor de zoetheid van het beslag.

Het mooie is dat besengek niet “perfect” hoeft te zijn. Een paar scheurtjes bovenop, bessen die hier en daar wat sap loslaten, een licht rustieke uitstraling: dat hoort er juist bij.

Welke bessen kun je gebruiken?

Je zit niet vast aan één soort. Kies vooral wat je lekker vindt of wat je in huis hebt.

Blauwe bessen geven een milde zoetheid en zijn vaak favoriet bij kinderen. Rode bessen zijn frisser en wat zuurder, daardoor is een klein beetje extra suiker vaak fijn. Een bosvruchtenmix uit de vriezer werkt ook goed, zeker als je snel iets wilt bakken zonder eerst boodschappen te doen. Bramen en frambozen kunnen ook, al geven die wat sneller kleur af aan het beslag. Dat is niet erg, het ziet er alleen wat “gemarmerd” uit.

Besengek recept ingrediënten

De hoeveelheden hieronder passen bij een ronde vorm van ongeveer 24 cm of een vierkante vorm van ongeveer 20 x 20 cm. Gebruik je een kleine bakplaat, dan wordt de laag dunner en wat meer koekachtig.

Voor het beslag heb je nodig: 200 gram bloem, 150 gram kristalsuiker, 1 zakje vanillesuiker, 2 theelepels bakpoeder, een snuf zout, 2 eieren, 150 gram zachte boter, 100 milliliter melk en 1 theelepel citroenrasp.

Voor de bessenlaag heb je nodig: 200 tot 250 gram bessen (vers of diepvries), 1 eetlepel bloem om de bessen mee te bestuiven en 1 tot 2 eetlepels suiker naar smaak.

Optioneel: poedersuiker voor bovenop en amandelschaafsel voor een knapperige topping.

Besengek maken stap voor stap

Verwarm de oven voor op 175 graden met boven en onderwarmte. Vet je bakvorm in en leg eventueel een rondje of strook bakpapier op de bodem. Dat scheelt gedoe bij het lossen.

Meng in een kom de bloem, bakpoeder en het zout door elkaar. Zo zit het bakpoeder overal verdeeld en krijg je een gelijkmatig resultaat.

Klop in een tweede kom de boter met de kristalsuiker en vanillesuiker romig en licht. Neem hier gerust een paar minuten voor. Voeg daarna de eieren één voor één toe en klop tussendoor goed door. Roer de citroenrasp erdoor.

Voeg nu het bloemmengsel en de melk in delen toe. Roer tot je een glad beslag hebt, maar stop zodra alles net gemengd is. Te lang mixen maakt het snel wat compacter, en dat is zonde.

Meng de bessen met een eetlepel bloem. Dat laagje bloem helpt om ze beter door het beslag te “dragen”, zodat ze minder snel allemaal naar de bodem zakken. Proef je bessen even als je kunt. Zijn ze behoorlijk zuur, dan is 1 tot 2 eetlepels suiker erdoor echt lekker.

Schep het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad. Verdeel de bessen erover. Je hoeft ze niet hard aan te drukken, ze zakken tijdens het bakken toch een beetje het beslag in.

Bak de besengek ongeveer 35 tot 45 minuten. De baktijd hangt af van je oven en van hoe hoog het beslag in de vorm staat. Controleer met een satéprikker in het midden. Komt die er schoon of met een paar droge kruimels uit, dan zit je goed. Wordt de bovenkant snel donker, leg dan een los stukje aluminiumfolie erop.

Laat de besengek na het bakken ongeveer 10 minuten in de vorm staan. Haal hem daarna uit de vorm en laat verder afkoelen op een rooster. Bestuif vlak voor het serveren met poedersuiker als je dat mooi vindt.

Tips voor een luchtige besengek met mooie bessen

Zorg dat je boter echt zacht is. Niet gesmolten, wel goed smeerbaar. Dat klopt makkelijker luchtig met de suiker, en dat merk je in het eindresultaat.

Gebruik je diepvriesbessen, doe ze dan bevroren door de bloem en meteen op het beslag. Ontdooien maakt ze vaak natter, waardoor het beslag sneller verkleurt en de bessen eerder uitlopen.

Wil je een iets krokanter bovenlaagje, strooi dan net voor het bakken een eetlepel suiker over de bessen. Amandelschaafsel doet het ook goed, zeker als je van een beetje crunch houdt.

Variaties die je makkelijk kunt toepassen

Besengek is zo’n baksel dat zich goed leent voor kleine aanpassingen, zonder dat je het basisrecept omver gooit.

Hou je van warme smaken, voeg dan een theelepel kaneel toe aan de droge ingrediënten. Vooral met blauwe bessen en citroen is dat een fijne combinatie.

Voor een frisse afwerking kun je een simpel citroenglazuur maken. Meng 100 gram poedersuiker met 1 tot 2 eetlepels citroensap tot je een dik maar gietbaar glazuur hebt. Laat de besengek eerst helemaal afkoelen, anders smelt het er meteen af.

Wil je het kruim net iets zachter en wat romiger, vervang dan 50 milliliter melk door 50 gram yoghurt. Dat geeft een subtiele frisse toon, zonder dat het zuur wordt.

Veelgestelde vragen over besengek

Hoe bewaar je besengek het beste?

Bewaar besengek in een goed afgesloten trommel op kamertemperatuur. Dan blijft hij meestal 2 tot 3 dagen lekker. Met heel sappige bessen kan de bovenkant wat zachter worden, maar de smaak blijft prima. Vind je hem na een dag iets te “vochtig”, dan helpt het soms om er een velletje keukenpapier in de trommel bij te leggen.

Kun je besengek invriezen?

Dat kan heel goed. Laat de besengek volledig afkoelen, snijd hem in stukken en verpak die luchtdicht. In de vriezer blijft het ongeveer 2 maanden goed. Ontdooien kan op het aanrecht. Wil je weer dat verse gevoel, warm een stuk dan kort op in een lauwe oven.

Welke bakvorm werkt het fijnst?

Een ronde vorm van 24 cm of een vierkante vorm van 20 x 20 cm geeft een mooie dikte: niet te dun, niet te hoog. Op een bakplaat wordt het dunner en meer koekachtig, wat ook lekker is, alleen ziet het er anders uit en gaat de baktijd vaak iets omlaag.

Hoe weet je zeker dat hij gaar is?

De satéprikker blijft het handigst, maar prik wel in het cakedeel en niet in een bes. Een bes blijft natuurlijk sappig en kan je laten denken dat het beslag nog rauw is. Zie je dat de randen al stevig zijn en het midden nog heel zacht wiebelt, geef hem dan nog een paar minuten.

Serveerideeën die altijd werken

Besengek is al lekker uit zichzelf, maar met iets erbij maak je er snel een echte traktatie van. Een lepel licht gezoete slagroom past er mooi bij. Een bol vanille ijs is heerlijk als je de besengek lauwwarm serveert. En als je het extra fris wilt houden, leg er gewoon een handje verse bessen naast.

Voor een brunch of verjaardag is het handig om hem in kleine blokjes te snijden. Dan pakt iedereen makkelijk een stukje, en het staat ook nog eens gezellig op tafel.

Zin om te bakken?

Besengek is zo’n recept dat je er makkelijk even tussendoor bij pakt, juist omdat het niet ingewikkeld is. Je hebt snelle ingrediënten, weinig stappen, en het resultaat voelt toch als iets dat je echt zelf hebt gemaakt. Als je hem eenmaal in de vingers hebt, ga je vanzelf spelen met andere bessen, een glazuurlaag of een knapperige topping.

Meer zin in dit soort huiselijke baksels? Op receptenvoorraad.nl vind je genoeg inspiratie om je voorraad aan lekkere ideeën weer aan te vullen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *